SUL SPIGOLO VINCI

Veertigers breken door naar VI+!

Een kwartier voor de wekker hang ik al uit het raam van de hut het weer te controleren: groot mooi en geen vlokje sneeuw meer op de zuidgraad van de Cengalo. Snel ontbijten we met cruesli en uilenzeik en om 06.00 uur zetten we in noordoostelijke richting voet op de Sentiero Roma. Na 500 meter buigen we af naar het noorden en volgen we over gras en gerolde stenen een duidelijk steenmannenspoor. Het is nog redelijk vroeg in het seizoen en halverwege de aanlooproute maakt een dun laagje opgevroren sneeuw het lopen een stuk prettiger. Binnen drie kwartier staan we bovenaan het laatste sneeuwveldje halverwege de graad, bij de instap van de klassieke route. We overwinnen de randspleet en klimmen zonder touw de eerste derde graads lengte tot onder het markante klemblok op de graad. Na de schoenenwissel en het aanbinden klimmen we vlot de eerste drie touwlengtes (III-IV) tot onder de gladde, gele Aufschwung, waar de grote moeilijkheden beginnen. De Aufschwung wordt door een spleet doorsneden, waarvan de afgronde rand gevuld is met haken. Ik ben aan de beurt om deze touwlengte voor te klimmen: onze eerste V/A0, all free VI+. Een beetje geïntimideerd kijk ik naar de rij haken boven mijn hoofd. Ik denk aan de foto in Rébuffat (p.204) met een man met blauwe steenslag-helm, gele camaschen, staand in een laddertje. Aan zijn gordel bungelt nog een laddertje en een enorme Holzkeil. Wolter op de Salto Giallo No problema: die man had zware klossen aan en ik klim op vers verzoolde sluipers en aan mijn gordel bungelt een serie flexibele vrienden van 1 tot 3. "Kenny?"' vraag ik Wolter. "Burrell" antwoordt hij en ik ga. Sluip, sluip, de eerste haak. Klik. Niet gaan hangen. Rustig ademhalen en verder. Mijn sluipers houden zonder probleem. Volgende haak. Klik. De durchzogen riss wordt nu erg rond. Een beetje piazzend en dülferend kom ik bij de derde haak. Droge mond. Klik en toch even pakken. Jammer, niet geheel "all free", maar de noodzaak van de laddertjes ontgaat me volledig, zelfs met zware klossen. Wolter komt na, geheel "all free" en vraagt waar het probleem zat in deze VI+. Er volgen een paar lichtere touwlengtes (IV-V) tot aan de voet van de zwarte Verschneidung. Wolter gaat nu voor in deze tweede touwlengte V/A0, all free VI, behoorlijk continu en behoorlijk continu in de schaduw en dus met koude gevoelloze vingers boven, maar geheel "all free" en gelukkig weer in de zon. Nog een klein stukje en dan staan we onder de laatste moeilijke lengte: de fotochenieke riss op de Salto Giallo, die in gegendruck-techniek overwonnen moet worden (V+). Wolter mag weer eerst en ik breng de camera in stelling. Klik (haak), klik (camera) en we beginnen aan de laatste touw-lengtes (IV) van deze buitengewoon reine genots-klimmerij. Om 11.30 uur staan we op de zuidelijke voortop en we besluiten niet slap af te dalen over de, perfect ogende, abseilpiste. We zijn immers alpinisten en dus stampen we na de schoenenwissel door de inmiddels papsneeuw naar de top. De bekende Bergeller-middag-wolkjes dienen zich aan en ons uitzicht is helaas niet 360 graden all free, maar mooi genoeg voor een goede herinnering. Volgt een heerlijke afdaling (ja dat kan), waarbij we regelmatig stoppen om een riante blik in de NO-wand van de Badile te werpen. Om 14.30 uur vlijen we ons in de zon met thee en chocolade op een bankje voor de hut. Het lijkt wel een cursus. Nu hebben we natuurlijk spijt dat we de Parta Bassa van de graad er niet bij hebben gepakt. Of toch niet ... dan hebben we tenminste een reden om terug te komen.

In 1976 vroeg ik Siep Stuurman in het studentenchalet in Göschenen, waar hij recupereerde van een ongeluk waarbij een steen zijn scheenbeen had opengereten, of hij ook zessen klom. "Nee" antwoordde Siep, "als ik het kan klimmen is het geen zes."

Jaap Lampe.

t e r u g



.